
|


Om voortdurend bewust
te zijn van Sathya Sai Baba's leringen, deze in
praktijk te brengen en waardige instrumenten van de
goddelijke Meester te zijn, dient iedere toegewijde
van Sathya Sai Baba een spirituele discipline (sadhana) na te streven, die is
opgenomen in het dagelijks leven, waardoor deze
discipline daarvan een onderdeel wordt en ieder
gezin tot een eenheid maakt. De negen
gedragsregels zoals uit Prasanthi Nilayam zijn ontvangen.
De Negen
Gedragsregels
De Tien
Beginselen
Snoer
van Zesenveertig Parels
De Negen Gedragsregels
1. Dagelijks meditatie en
gebed.
2. Eens per week devotionele
liederen zingen en bidden met gezinsleden.
3. Deelname aan het programma
Sai Spiritueel Onderwijs zoals georganiseerd voor
kinderen van o.a. Sai toegewijden.
4. Deelname aan
gemeenschapswerk en andere programma's van de
Organisatie.
5. Tenminste éénmaal per
maand aanwezig zijn bij het zingen van devotionele
liederen, zoals door het centrum / de groep / mandir
wordt georganiseerd. [*]
6. Regelmatig Sathya Sai
Baba's literatuur bestuderen.
7. Tegen iedereen met milde
stem en liefdevol spreken.
8. Geen kwaad spreken over
anderen, vooral niet in hun afwezigheid.
9. Het in praktijk brengen
van 'Grenzen aan Wensen' en het bespaarde gebruiken
voor dienstbaarheid aan de gemeenschap (seva).
Nadat men de negen
punten van de 'de negen gedragsregels', en de
innerlijke betekenis ervan, heeft gelezen en
begrepen in de zin van het dagelijks leven, is het
van gelijk belang de tien beginselen te bestuderen.
Deze zijn afgekondigd door Sathya Sai Baba op zijn
zestigste verjaardag toen Hij opriep tot 'Integratie
van de wereldgemeenschap' - een programma van
universele geweldloosheid (ahimsa) - de
manifestatie van de spirituele dimensie in de mens.
Deze beginselen hebben over het algemeen betrekking
op maatschappij-gerichte spirituele oefeningen (sadhana)
en dienen te worden bestudeerd teneinde de
goddelijke strekking ervan te begrijpen. Wij streven
ook naar het onderhouden van:
De Tien Beginselen
1. Beschouw het land waarin
je bent geboren als heilig. Wees vaderlandslievend,
maar bekritiseer of verneder andere landen niet.
Zelfs in je gedachten of dromen moet het niet in je
opkomen je land nadeel te berokkenen.
2.
Eerbiedig alle
godsdiensten in gelijke mate.
3.
Erken de
menselijke broederschap; behandel allen als broeders
en zusters; heb iedereen lief.
4. Houd je huis en
leefomgeving schoon, want dit zal de hygiëne en
gezondheid bevorderen en je ten goede komen.
5. Wees menslievend maar
beledig armlastigen niet door geld te geven; geef in
plaats daarvan voedsel, kleding, onderdak en help
hen op andere manieren; moedig luiheid niet aan.
6.
Koop niemand om
en neem geen steekpenningen aan.
7. Bedwing afgunst en
jaloezie; laat je blik en je levensopvatting zich
verwijden; behandel iedereen gelijk, ongeacht
afkomst of geloof.
8. Probeer zoveel
mogelijk zelf te doen; maak jezelf onafhankelijk van
anderen, maar zet je wel in voor belangeloze
dienstverlening aan de gemeenschap.
9. Aanbid God en heb Hem
lief.
10. Gehoorzaam aan de wetten
van het land: wees een voorbeeldig burger.
Snoer van Zesenveertig Parels
Geestelijke
Leiding - Wanneer Sai Baba devotees
afzonderlijk ontvangt, is het om hen te adviseren,
te waarschuwen en aanbevelingen te doen. Toen een
devotee Hem eens om gedragsregels vroeg, somde Sai
Baba er enkele op die Hij vooraf liet gaan door de
opmerking dat het 'enkele gesorteerde juwelen'
waren. Men is verbaasd en geboeid door Zijn
voortdurende materialisaties, maar Zijn
kostbaarste juwelen zijn de lessen die Hij zo
royaal geeft.
Hier is het snoer van zesenveertig parels dat Hij
voor die devotee creëerde:
1. Prema,
liefde, dient beschouwd te worden als de levensadem
zelf.
2. Geloof dat
de liefde die in alle dingen in gelijke mate
aanwezig is, het paramatma is (de
allerhoogste ziel of goddelijke emanatie).
3. De enige
goddelijke emanatie (paramatma) is in
iedereen in de vorm van liefde aanwezig.
4. Van alle
vormen van liefde, behoort de liefde voor de Heer op
de eerste plaats te komen.
5. Zo’n op God
gerichte liefde is bhakti (devotie); dat is de
eerste vereiste, het ontwikkelen van bhakti.
6. Zij die de
gelukzaligheid van het atma (het goddelijke
zelf) zoeken, moeten niet de genietingen van de
zintuigen najagen.
7. Sathya,
waarheid, moet als net zo levenschenkend ervaren
worden als de adem zelf.
8. Evenals een
lichaam zonder adem nutteloos
is en binnen enkele minuten begint te rotten en te
stinken, is een leven zonder waarheid nutteloos en
wordt het de stinkende verblijfplaats van strijd
en ellende.
9. Wees ervan
overtuigd dat er niets groter is dan waarheid,
niets kostbaarder, niets zoeter en niets wat meer
blijvend is.
10. Waarheid
is de allesbeschermende God. Er is geen machtiger
beschermer dan waarheid.
11. De Heer,
die sathya-svarupa is (de belichaming van
waarheid), verleent zijn darshan aan hen
die de waarheid spreken en een liefdevol hart
bezitten.
12. Wees
altijd vriendelijk jegens alle wezens en toon
tevens een geest van zelfopoffering.
13. Je moet
ook de zintuigen beheersen, een kalm karakter
hebben en onthecht zijn.
14. Wees
altijd op je hoede voor de vier zonden die de tong
geneigd is te begaan:
-1. het spreken van onwaarheid;
-2. het kwaadspreken over anderen;
-3. roddelen;
-4. te veel praten. Tracht deze neigingen te
beheersen.
15. Probeer de
vijf zonden die het lichaam begaat te voorkomen:
moord, overspel, diefstal, het drinken van alcohol
en het eten van vlees. Het is een grote steun voor
het geestelijke leven als je deze zaken zo ver
mogelijk bij je vandaan houdt.
16. Men moet
altijd waakzaam zijn, zonder een moment van
onoplettendheid, tegen de acht zonden die de geest
belagen: kama of begeerte, krodha
of woede, lobha of hebzucht, moha
of gehechtheid, ongeduld, haat, egoïsme en trots.
De eerste plicht van de mens is om deze zaken op
een veilige afstand te houden.
17. Het
menselijk denken ijlt voort en jaagt verkeerde
dingen na. Sta dit niet toe en herhaal op zo'n
moment de naam van de Heer of tracht een of andere
goede daad te verrichten. Zij die zo handelen
worden de genade van de Heer waardig.
18. Geef
allereerst de kwade neiging op jaloers te zijn op
de voorspoed van anderen en het verlangen hen
kwaad te doen. Verheug je over het geluk van
anderen. Heb medelijden met hen die in armoe
verkeren en wens hun geluk toe.
19. Geduld
is de enige kracht die de mens nodig heeft.
20. Zij die
graag in vreugde willen leven, moeten altijd goed
doen.
21. Het is
gemakkelijk boosheid met liefde te overwinnen,
gehechtheid met rede, onwaarheid met waarheid, het
slechte met het goede en hebzucht met
vrijgevigheid.
22. Men moet
niet op de woorden van boosaardige mensen ingaan.
Houd je verre van hen; dat is voor je eigen
bestwil. Verbreek alle relaties met zulke mensen.
23. Zoek
het gezelschap van goede mensen, zelfs tegen de
prijs van eigen eer en leven. Maar bid God je met
het inzicht te zegenen dat nodig is om onderscheid
te maken tussen goede en slechte mensen. Tracht
hierbij ook je eigen gezonde verstand te
gebruiken.
24. Velen
die landen veroveren en roem in de wereld
verwerven, worden ongetwijfeld als helden
geprezen; maar degenen die de zintuigen hebben
overwonnen, dat zijn de helden die we moeten
uitroepen als overwinnaars van het atma.
25. Welke
daden de goede of slechte mens ook mag doen, de
vruchten daarvan zullen hem volgen en altijd
blijven volgen.
26. Verlangen
levert alleen maar verdriet op; tevredenheid is
het beste. Er is geen groter geluk dan
tevredenheid.
27. De
neiging tot tweedrachtzaaien moet met wortel en al
worden uitgeroeid. Als je die laat bestaan, zal
zij het leven zelf ondermijnen.
28. Verdraag
met kracht zowel verlies als verdriet; probeer
plannen te verwezenlijken om vreugde en
vooruitgang te bereiken.
29. Wanneer je
door boosheid wordt overvallen, beoefen dan de
stilte en denk aan de naam van God. Probeer niet
aan dingen te denken die je boosheid nog doen
toenemen.
30. Vermijd
van nu af aan alle kwade gewoonten. Stel het niet
uit of af. Ze dragen op geen enkele manier tot
vreugde bij.
31.
Probeer zoveel als binnen je
vermogen ligt aan de noden van de armen
tegemoet te komen, want zij zijn werkelijk daridranarayana
(de Schepper zelf die zijn woonplaats in hen
gevonden heeft). Deel het voedsel dat je hebt
met hen en maak hen tenminste voor dat moment
gelukkig.
32.
Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook
een ander niet. 33. Wat gij
niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander
niet.
33. Over de
fouten en de zonden die je in je onwetendheid hebt
begaan, moet je ernstig berouw hebben. Probeer de
fouten en zonden niet nogmaals te begaan; bid God
je met de kracht en de moed te zegenen die nodig
zijn om je op het rechte pad te houden.
34. Laat niets
tot je toe wat je enthousiasme voor en verlangen
naar God zal vernietigen. Gebrek aan ijver zal de
ondergang van de kracht van de mens veroorzaken.
35. Geef je
niet over aan lafheid; geef ananda
(gelukzaligheid) niet op.
36. Blaas je
niet op wanneer de mensen je prijzen; voel je niet
bedrukt wanneer de mensen je bekritiseren.
37. Als er
onder je vrienden iemand is die een ander haat en
ruzie begint, probeer hen dan niet nog meer op te
stoken zodat zij elkaar nog meer haten; probeer
integendeel met liefde en medeleven hun vroegere
vriendschap te herstellen.
38. Zoek je
eigen fouten in plaats van de fouten van anderen.
Ruk ze uit en werp ze weg. Het is beter één fout
van jezelf te achterhalen dan honderden fouten van
anderen.
39. Zelfs als je geen
goede daad (punya) wilt of kunt doen,
probeer dan geen kwade daad (papa) te
bedenken of te begaan.
40. Wat de
mensen ook mogen zeggen over fouten die je naar
beste weten niet hebt, maak je geen zorgen. Voor
wat betreft de fouten die je wel hebt, probeer die
zelf te corrigeren, zelfs voordat anderen je daar
opmerkzaam op maken. Koester geen wrok of
bitterheid tegen mensen die jou op je fouten
wijzen, maar toon hun je dankbaarheid. Reageer
niet door op de fouten van die persoon zelf te
wijzen. Je poging om die fouten te ontdekken is
een grotere fout van jouw kant. Het is goed je
eigen fouten te kennen; het is niet goed de fouten
van anderen te kennen.
41. Als je wat
vrije tijd hebt, verknoei die dan niet met
allerlei prietpraat, maar benut die door over God
te mediteren of anderen te dienen.
42. Alleen
door de bhakta (toegewijde) wordt de Heer
begrepen. De bhakta wordt alleen door de
Heer begrepen. Buitenstaanders kunnen dat niet
begrijpen. Bespreek daarom geen zaken met
betrekking tot de Heer met anderen die geen bhakti
(devotie) kennen. Door zo'n discussie zal jouw
devotie afnemen.
43. Als iemand
over een onderwerp met je praat en het blijkt dat
hij je verkeerd heeft begrepen, blijf daar dan
niet op hameren, maar licht het milde en het goede
van wat hij zegt eruit. Het gaat om de ware
bedoeling en niet of het verkeerd of anders
begrepen is. Dat kan alleen maar ananda
(gelukzaligheid) verstoren.
44. Als je
eenpuntige aandacht wilt ontwikkelen, laat je
aandacht dan niet alle kanten opgaan wanneer je in
een menigte of in een warenhuis bent; kijk alleen
naar de weg voor je, net voldoende om ongelukken
te vermijden. Gerichte aandacht zal sterker worden
naarmate je je aandacht bij de weg houdt, het
gevaar vermijdt, en je blik niet op anderen laat
vallen.
45. Geef
alle twijfels over de goeroe en God op. Als je
wereldse verlangens niet vervuld worden, wijt dat
dan niet aan je devotie; er is geen samenhang
tussen zulke verlangens en je devotie tot God.
Eens komt de dag dat je deze wereldse verlangens
toch moet opgeven; en er komt een dag dat
gevoelens van devotie verworven moeten worden.
Wees daar vast van overtuigd.
46. Als je dhyana
(meditatie) of japa (het herhalen van de
naam van God) niet goed vooruitgaat, of als de
verlangens die je hebt gekoesterd niet bewaarheid
worden, verlies dan niet je vertrouwen in God. Het
zal je zelfs meer ontmoedigen en je zult je vrede
verliezen, hoe groot of klein die ook was.
Gedurende dhyana en japa moet je
je niet ontmoedigd, wanhopig of terneergeslagen
voelen. Wanneer zulke gevoelens oprijzen, neem dan
aan dat het een gebrek is in jouw sadhana
(geestelijke oefeningen) en probeer ze dan goed te
doen.
Bron: Een
katholieke priester ontmoet Sai Baba.
Hoofdstuk 10: Het werk van Sai Baba -
pagina's 128-131.
Auteur: Don Mario Mazzoleni [1944-2001].
Oorspronkelijke titel: A Catholic Priest
Meets Sai Baba, Leela Press Inc., Faber,
Virginia, USA.
Vertaling: Nederlandse vertaling Stichting
Sri Sathya Sai Baba, Uitgeverij
Ankh-Hermes bv, Deventer 1996. ISBN:
90-202-8096-1 NUGI 614
Goede Gedachten -
Sai Singers (Vol. 1) Tekst en akkoorden:
Zie en beluister de complete CD: Mijn Naam is Waarheid -
Addendum.
Goede gedachten zijn
vrienden iedere keer / F# / E / B /
F#
Iedere
keer
goede gedachten / F# / E / B
Goede
gedachten
horen bij mij steeds meer / F# / E / B / F#
Steeds
meer
goede gedachten / F# / E / B
Goede
gedachten
zijn vrienden iedere keer / F# / E / B /
F#
Iedere
keer
goede gedachten / F# / E / B
Goede
gedachten
maken vrij steeds meer / F# / E / B / F#
Steeds
meer
goede gedachten / F# / E / B
Baba
schenk
ons Uw schone gedachten / C# / E / B /
C#
Die
helend
werken in woord en gedrag / C# / E / B /
C#
Baba
schenk
ons Uw schone gedachten / C# / E / B /
C#
Die
eren en dienen de goede lach / C# / E / B /
F#
Sai
Singers: De Muziekgroep de "Sai Singers" is een
Nederlandse muziekgroep die gevormd is om nationale
en eventueel regionale activiteiten van de Sathya
Sai Organisatie Nederland te
begeleiden. Verder wordt er naar gestreefd om
Bhajans zo voor te dragen als door Sathya Sai Baba
is bedoeld.
[*]
Eredienst
Sai Babagroep Enschede (ov);
(Inlichtingen: 06 20520277)
zie ook: Sathya Sai Organisatie
Nederland-Centra.
vorige pagina / volg.
pagina
over Sai Baba / beginselen / leringen / interview1976
|